‘De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel leidt ertoe dat er steeds meer eisen gesteld worden aan pensioenfondsbesturen’, stelt Toine van der Stee, bestuursvoorzitter van Pensioenfonds UWV en Pensioenfonds Hoogovens. ‘Ondertussen blijft de ideale bestuurssecretaris doen wat hij altijd al deed: zorgen dat alles vlekkeloos verloopt.’
‘Pensioenfondsen veranderen langzaam van een maatschappelijke voorziening in een financiële instelling’, stelt Toine. Hij kan terugkijken op een lange loopbaan in de pensioensector. Jarenlang stond hij aan het hoofd van de Blue Sky Group, de pensioenuitvoerder van diverse pensioenfondsen, waaronder de pensioenfondsen van KLM en het Philips Pensioenfonds. Vijf jaar geleden ging hij met pensioen, maar nog steeds besteedt hij een groot deel van zijn tijd aan het besturen van pensioenfondsen. We vroegen hem naar de actuele ontwikkelingen in de pensioensector en de gevolgen hiervan voor pensioenfondsbesturen en bestuurssecretarissen.
Complexe beleidsstukken
Op 1 januari 2023 is de Wet toekomst pensioenen ingegaan. In deze wet staat dat alle pensioenfondsen in Nederland uiterlijk op 1 januari 2028 moeten overgaan naar de nieuwe regels voor pensioen. Als bestuursvoorzitter begeleidt Toine Pensioenfonds UWV en Pensioenfonds Hoogovens naar de nieuwe regeling. ‘Sinds de wet is ingegaan zijn alle pensioenfondsbesturen bezig met de nieuwe regels. Er zijn externe adviseurs aangetrokken, er zijn rekenmodellen gemaakt. Pensioenfondsbesturen moeten besluiten nemen over buitengewoon grote complexe beleidsstukken, waarin honderden keuzes worden gemaakt. Dat is niet vrijblijvend, er geldt een harde wettelijke deadline. Deze transitie betekent een forse verzwaring van pensioenfondsbestuurders en bestuurssecretarissen. Dit is echt een heel groot traject.’
Stuur vasthouden
Wat verwacht hij van een bestuurssecretaris? ‘Die geeft bij vergaderingen precies aan welke lijnen we in de discussie moeten volgen om van A naar B te komen, wie ik het woord moet geven en wat het gevraagde besluit is.’ Hij heeft bewondering voor het werk van bestuurssecretarissen en geeft direct toe dat hij deze rol zelf niet zou kunnen vervullen. ‘Ik heb nooit gesolliciteerd als secretaris, maar ik werd een keer gevraagd voor een gesprek over de mogelijkheid om zitting te nemen in een raad van toezicht.’ Hij kreeg de functie niet. ‘Dat had ik ook niet verwacht hoor. Na afloop zei de selectiecommissie: “Meneer, we hebben een fantastisch gesprek met u gehad, maar u bent niet iemand die op zijn handen wil zitten. U wilt zelf het stuur vasthouden.” Dat klopte. Dat heb ik mijn hele leven al.’
Financiële dienstverlener
‘Er is veel veranderd in de pensioensector. De Wet toekomst pensioenen is voorlopig de laatste stap’, zegt hij. ‘Maar niet de definitieve stap, want ik verwacht in de toekomst meer aanpassingen.’ Toine maakte mee hoe de pensioensector ongeveer vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw met de ene na de andere verandering werd geconfronteerd. ‘Vroeger hadden pensioenregelingen een sterk verzorgingselement. De werkgever zorgde ervoor dat mensen die hun leven lang hadden geploeterd op hun oude dag ook nog inkomentje kregen.’ Langzamerhand zijn de regelingen versoberd. Was de hoogte van het pensioen aanvankelijk gebaseerd op het laatst verdiende loon, tegenwoordig is het pensioen gebaseerd op het gemiddelde loon dat een werknemer tijdens zijn loopbaan verdient. Ook het opbouwpercentage ging omlaag. ‘En nu zijn we toe aan de volgende stap. Van maatschappelijke voorziening worden we een financiële dienstverlener.’
Beleggingsresultaten
De nieuwe pensioenregels schrijven voor dat werknemers een pensioenpot krijgen. De pensioenpremies en de beleggingsresultaten komen in die pot terecht en uit de pot worden na pensionering de pensioenen betaald. ‘Voorheen was er weinig verband tussen de beleggingsresultaten van een pensioenfonds en het pensioen dat je uiteindelijk zou krijgen. Pensioenfondsen hadden grote reserves om alles glad te strijken. De pensioenuitkering stond bij voorbaat min of meer vast. Dat verandert. Als je nu in de krant leest dat alle effectenbeurzen in brand staan, moet je je afvragen wat dat betekent voor je pensioen. Dat is precies wat particuliere beleggers nu al doen.’ Pensioenen worden dus onzekerder, maar het is niet zo dat de hoogte van het pensioen onder de “oude” regels per definitie vaststond. ‘Sinds de grote financiële crisis van 2008 weten we dat de mogelijkheid bestaat dat pensioenen verlaagd worden of dat ze niet meestijgen met de prijzen. Dus pensioen was altijd al onzeker.’
Demping
Toine stelt dat het systeem in principe niet verandert. Werknemers betalen net als nu pakweg 42 jaar premie voor hun pensioen. De werkgever betaalt ook mee. ‘Bij normale rendementen bouw je daarmee een kapitaal op dat voldoende is voor een goede oude dag.’ Maar een verschil is dat voorheen de toegezegde pensioenuitkering het uitgangspunt was en nu de ingelegde premie. De hoogte van het pensioen hangt af van de beleggingsresultaten. Toch is het niet zo dat het pensioen direct omlaaggaat als de beleggingsrendementen dalen. ‘Met name de sociale partners hebben zich er sterk voor gemaakt dat de risico’s gedempt worden.’ Er is een reserve ingebouwd om pensioenverlagingen te voorkomen en grote positieve of negatieve beleggingsrendementen worden niet jaarlijks doorberekend, maar uitgesmeerd over een langere periode.
Pensioenpremie
Een andere verandering betreft de manier waarop naar de pensioenpremie wordt gekeken. ‘Nu betalen jongeren en ouderen in veel sectoren dezelfde pensioenpremie. Economisch gezien is dat gek, want het geld van jongeren rendeert veel langer dan dat van ouderen. Dus voor jongeren zou het pensioen goedkoper moeten zijn en voor ouderen duurder. Dus eigenlijk was er een permanente overheveling van middelen van jong naar oud.’ In de tijd dat werknemers hun leven lang in dezelfde sector bleven werken, was dat geen probleem. Eerst betaalden ze te veel premie, later te weinig en per saldo betaalde iedereen precies genoeg. Deze premiesystematiek past niet meer in een tijd waarin mensen vaker van baan veranderen of voor zichzelf beginnen. In het nieuwe stelsel betalen jongeren en ouderen ook dezelfde premie, maar krijgen jongeren meer beleggingsrendement. Naarmate mensen ouder worden, wordt hun premie minder risicovol belegd.
Compensatie
Dit systeem is eerlijker, maar het betekent wel dat bij de overgang naar het nieuwe stelsel een gat ontstaat. ‘Als je nu 45 bent, heb je 20 jaar in het oude stelsel gewerkt en eigenlijk te veel betaald’, legt Toine uit. ‘Het vooruitzicht was dat jongeren nu voor jou zouden betalen, maar dat gebeurt niet meer. Daardoor pakt je verwachte pensioen lager uit.’ Om dit probleem op te lossen hebben de sociale partners afgesproken dat sommige leeftijdsgroepen compensatie krijgen. Pensioenfondsen betalen deze compensatie uit hun financiële reserves.
Nieuw stelsel
Op zich zijn al deze veranderingen niet schokkend, stelt Toine. ‘De pensioenwet is al zo vaak veranderd.’ Maar bijzonder is dat het huidige stelsel verdwijnt. Het totale opgebouwde pensioenvermogen uit het huidige stelsel, inclusief de buffers van de fondsen, schuift in een keer door naar het nieuwe stelsel. ‘Dat maakt het heel ingewikkeld.’ Een van de doelstellingen is dat de uitkering van gepensioneerden na de transitie niet lager is. Pensioenfondsen moeten berekenen wat iemands pensioen – niet alleen het ouderdomspensioen, maar bijvoorbeeld ook het nabestaandenpensioen – waard is in het huidige stelsel en wat de waarde van het pensioen wordt in het nieuwe stelsel. Voor deze berekening geeft de wet maatstaven. ‘Pensioenfondsen worstelen daarmee. Daarom lees je in de krant dat pensioenuitvoerders of systemen de veranderingen niet aankunnen en dat de overgang vertraging oploopt.’
Toezichthouders
De Nederlandsche Bank (DNB), die samen met de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezichthouder is in de pensioensector, houdt toezicht op deze enorme financiële exercitie.
‘Pensioenfondsen moeten heel ingewikkelde berekeningen maken en aantonen dat de overgang voor iedereen – jong, oud, werkend, gepensioneerd – evenwichtig is.’ Medio 2026 zijn zo’n 30 fondsen overgestapt naar de nieuwe regeling. De meerderheid van de fondsen volgt in de komende jaren. Lukt dat uiterlijk 1 januari 2028? ‘Het is een enorme klus en niemand heeft er belang bij dat fondsen achterblijven in het oude stelsel. Dat is duur, vervelend en lastig, dus er zal wel een escape komen’, verwacht hij.
Zure appel
De Wet toekomst pensioenen biedt de keuze tussen een solidaire premieregeling en een flexibele premieregeling. Sociale partners maken deze keuze. Pensioenfondsbesturen moeten ervoor zorgen dat de overgang naar de nieuwe regeling evenwichtig is. Volgens Toine hebben vrijwel alle pensioenfondsen gekozen voor de solidaire premieregeling. Dat is de regeling die het meest lijkt op de oude pensioenregelingen. ‘De flexibele premieregeling lijkt veel meer op een echte individuele beleggingspot. Daar kunnen mensen hun eigen beleggingsprofiel kiezen. Ben je voorzichtig of juist offensief?’ Hij verwacht dat de jongere generatie eigen beleggingskeuzes wil maken en meer voelt voor flexibele premieregelingen. ‘Daarom denk ik dat deze transitie niet de laatste grote wijziging is. Over tien jaar gaan alle pensioenfondsen over naar flexibele premieregelingen.’ Was het beter geweest als fondsen daar nu al voor hadden gekozen? ‘Zeker, want nu krijgen we straks weer zo’n kostbare exercitie. Bijt door de zure appel heen en doe het in een keer. Bovendien moest het stelsel eenvoudiger worden. De flexibele premieregeling is voor mensen veel makkelijker te begrijpen dan de solidaire premieregeling.’
Risicomanagement
Terwijl DNB toezicht houdt op de solvabiliteit, kijkt AFM met name naar de communicatie van pensioenfondsen. De nieuwe wet zegt dat pensioenfondsen zich, net als banken en beleggingsinstellingen, moeten bezighouden met keuzebegeleiding. ‘Sommige fondsen, zoals Pensioenfonds Hoogovens, deden dat allang. Voor veel andere fondsen is het nieuw.’ Dat betekent dat pensioenfondsbesturen zich met nieuwe onderwerpen moeten bezighouden. ‘Pensioen is een financieel product geworden. Welke dienstverlening hoort daarbij? En welke communicatie? Banken hebben apps. Hebben pensioenfondsen die straks ook?’ Ook moeten pensioenfondsbesturen zich verdiepen in risicomanagement. ‘Voor 2010 hadden we daar nooit van gehoord. Maar nu staat in de functieprofielen van bestuurders dat ze kennis moeten hebben van IT en cyberrisk. Daarnaast moeten pensioenfondsbestuurders inzicht hebben in beleggen. Kortom, door veranderingen in wet- en regelgeving houden pensioenfondsbestuurders zich met andere onderwerpen bezig dan vroeger.’
Andere eisen
Volgens Toine zal het karakter van pensioenfondsbesturen veranderen. Pensioen is een arbeidsvoorwaarde en van oudsher werden pensioenfondsen paritair bestuurd. De werkgever en de vakbonden zaten samen aan tafel. ‘Maar sociale partners hebben niet a priori verstand van financiële producten. Je ziet nu al dat DNB andere eisen stelt aan bestuurders dan vroeger. Vroeger kon je gewoon aanschuiven. Nu moet je een opleiding gevolgd hebben en houdt DNB toetsgesprekken. Mogelijk worden die eisen nog meer aangescherpt en gaan ze lijken op de eisen waaraan bestuurders van banken en beleggingsinstellingen moeten voldoen.’ Ook kan hij zich voorstellen dat werkgevers misschien geen rol meer zien voor zichzelf in het pensioenfondsbestuur als het fonds eigenlijk niets anders is dan een beleggingsinstelling voor de deelnemers. ‘Dan bestaan de besturen misschien alleen uit professionals die verder geen binding hebben met het bedrijf of de bedrijfstak.’
Paternalistisch
De nieuwe pensioenwetgeving leidt ertoe dat pensioenregelingen steeds meer op elkaar gaan lijken. ‘Daardoor zullen deelnemers zich afvragen wat hun pensioen kost. Je ziet nu al grote verschillen. Dat loopt op van 100 euro per deelnemer per jaar tot misschien wel 1.000 euro. Dat heeft natuurlijk te maken met het niveau van de dienstverlening, maar ook met de schaal.’ Hij vermoedt dat het aantal pensioenfondsen zal afnemen. Vanwege de schaalgrootte, waardoor de kosten kunnen dalen, maar ook vanwege de steeds hogere eisen aan bestuurders. Nu is het voor fondsen vaak al moeilijk om bestuurders te vinden. Betekenen al deze ontwikkelingen ook dat de rol van de secretaris verandert? ‘De kerntaak verandert niet. De secretaris blijft de oren en ogen van het bestuur, kent de regels en procedures en zorgt dat alles foutloos verloopt.’ En zou het kunnen dat pensioenfondsen op termijn verdwijnen, nu pensioenen steeds meer op gewone financiële producten gaan lijken? ‘Dat denk ik niet. Persoonlijk vind ik het heel goed dat er pensioenfondsen zijn. Ik ben eigenlijk een beetje paternalistisch. Als je mensen hun pensioen zelf laat regelen, stellen ze het uit en beginnen ze er pas mee als het te laat is.’