Als bestuurssecretaris gaf Mariya Sukhan mee vorm aan de raad van toezicht van Naftogaz, het grootste staatsbedrijf van Oekraïne. Nu zit ze in Nederland, gevlucht voor de oorlog. Hier probeert ze haar draai weer te vinden, maar makkelijk is dat niet. ‘Blijkbaar is het voor de persoon aan de andere kant van de tafel moeilijk om zich voor te stellen dat ik er echt bij wil horen.’
‘Met mij gaat het goed’, zegt Mariya, zittend in een café in de Amsterdamse binnenstad. ‘Dank dat je het vraagt. Wij hebben geluk. Mijn man mag reizen, dus hij is de helft van de tijd hier en de helft in Oekraïne. Mijn moeder en mijn oudste dochter wonen nog steeds in Kyiv. Zij willen niet verhuizen.’
Mariya is nu tweeënhalf jaar in Nederland, samen met haar twee jongste zoons. De eerste oorlogsdagen in februari 2022, toen de Russen optrokken naar Kyiv, bracht ze door in de kelder van vrienden. Een half jaar later vertrok ze naar Nederland, waar ze contacten had omdat ze aan het begin van haar loopbaan werkte voor KPMG. ‘We wilden niet dat onze zoons in de schuilkelders naar school zouden gaan. En het grote voordeel van Nederland is: iedereen spreekt hier Engels. We vonden het belangrijk dat de jongens zich hier zouden kunnen redden.’
Ze is Nederlands aan het leren. In het Engels, met af en toe een woordje Nederlands ertussen, vertelt ze over haar belevenissen als bestuurssecretaris bij het Oekraïense staatsbedrijf Naftogaz en haar inspanningen om haar plek in Nederland te vinden. Dat gaat niet altijd van een leien dakje. ‘Als mensen mij zien, denken ze niet direct: een oorlogsvluchteling. Dan zien ze een Europese dame met grijs haar en een glimlach die zich goed in het Engels kan uitdrukken. Maar er is natuurlijk een deel dat je voor jezelf houdt.’
‘Toen ik ging studeren, dacht ik:
ik wil zijn zoals Margaret Thatcher’
Thatcher
Als tiener in Kyiv, opgroeiend in – toen nog – de Sovjet-Unie, had Mariya een opvallend rolmodel: de Britse Iron Lady, premier Margaret Thatcher. ‘Natuurlijk werd ze in onze kranten voortdurend uitgemaakt voor kapitalist die de wereld kapotmaakte, maar ik kan me herinneren dat vrienden van mijn ouders, diplomaten, het een keer over haar hadden tijdens een etentje bij ons thuis. Dat was voor het eerst dat ik mensen op dat niveau over een vrouw hoorde praten. En toen ik ging studeren, dacht ik: ik wil zijn zoals Margaret Thatcher. Niet omdat ik zo nodig premier moest worden of omdat ik haar politieke ideeën deelde, maar vanwege het idee dat een vrouw zo’n positie kon bereiken.’
Toen de Sovjet-Unie uiteenviel, was Mariya eerstejaars rechtenstudent aan de universiteit in Kyiv. ‘Op die leeftijd vind je het prachtig als de wereld om je heen radicaal verandert. Het was een tijd van grote verwachtingen, ook voor de toekomst van Oekraïne. En dat geldt des te meer als je jong bent.’
Helpen bouwen
Mee helpen bouwen aan de toekomst van haar land is een rode draad in Mariya’s loopbaan. Na ruim tien jaar bij het Oekraïense kantoor van KPMG, onderweg naar een partnerschap, stapte ze daar op. ‘Mensen maken me nog altijd voor gek uit dat ik dat heb gedaan. Maar ik wilde meer betekenen voor Oekraïense bedrijven, bouwen aan de toekomst van het land, werken in een omgeving waar nog niet alles was gestructureerd en geprotocolleerd.’
Na de Maidanrevolutie van 2014 belandde ze als bestuurssecretaris bij het Naftogaz. Naftogaz ontstond na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie; een megabedrijf met duizenden werknemers, een miljardenomzet en een netwerk van tienduizenden kilometers aan gasleidingen. Haar opdracht: een nieuwe, onafhankelijke raad van toezicht ondersteunen – de eerste keer dat zoiets bij een Oekraïens staatsbedrijf werd vertoond – en zo een goede governancestructuur neerzetten. ‘Maar na de val van de Sovjet-Unie was alleen het naamplaatje bij de voordeur veranderd. De voormalige ambtenaren, die waren gebleven, en met hen de mindset. Die verander je niet van het ene moment op het andere.’
Politiek bedrijf
Wat ze aantrof, was een door en door politiek bedrijf, vertelt Mariya. ‘Wie ook maar in de regering zat, wilde in de eerste plaats zijn eigen mensen bij Naftogaz aan het roer hebben. Altijd als je met een team zat te vergaderen, was er wel iemand die in je oor fluisterde: “Hij daar, dat is er eentje uit het kamp van de vorige president”. Het resultaat van Naftogaz bewoog direct mee met de overheidsfinanciën. Een slecht jaar voor Naftogaz betekende direct een groter begrotingstekort. Omdat het zo politiek was, werd Naftogaz ook direct voor politieke doelen gebruikt. Zo werd in de strijd om de kiezer bijvoorbeeld de gasprijs kunstmatig laag gehouden.’
Het optuigen van een nieuwe governancestructuur had als doel Naftogaz meer te laten functioneren als een commerciële onderneming, buiten de greep van de politiek. ‘Een bedrijf dat efficiënt wordt gerund’, zegt Mariya, ‘met oog voor de belangen van de aandeelhouders. Dat is een enorme verantwoordelijkheid. Voor het salaris deed ik het niet; dat is niet vergelijkbaar met wat je verdient in het internationale bedrijfsleven. Maar in een land dat de ineenstorting van de Sovjet-Unie en twee revoluties heeft doorstaan wil je iets doen om te zorgen dat je kinderen iets dergelijks niet hoeven mee te maken en later niet voor dezelfde uitdagingen komen te staan als jij.’
Een ander belangrijk onderdeel van Mariya’s opdracht was het invoeren van een systeem van interne controle, compliance en risicomanagement. ‘Hier heel normaal, maar destijds in een Oekraïens staatsbedrijf ver te zoeken. Na de hervormingen is de eerste onafhankelijke internationale audit van de boeken uitgevoerd. Uitdagingen genoeg dus.’
Hervormers
Het nieuwe, hervormingsgezinde management van Naftogaz gaf Mariya en haar team alle kans om zich te bewijzen. ‘De eerste twee jaar hadden we de wind in de zeilen en konden we de dingen doen die we ons hadden voorgenomen. We hadden supporters, zeker internationaal, en we kregen alle steun van de raad van toezicht. Dat was heel inspirerend. Maar de weerstand zat van binnen, en die was groot. Zichtbaar en onzichtbaar, soms in heel kleine dingen. Je verzint het niet: iemand moet een presentatie houden in een kabinetsvergadering, zijn ineens de papieren zoek, dat soort dingen.’
De strijd over de hervormingen bij Naftogaz werd ook uitgevochten via de media, ondervond ze. ‘Dat is misschien wel de grootste uitdaging: obstructie in het publieke domein. Agressieve publicaties, ook op de persoon gericht. Je kinderen lezen dat soort artikelen over het bedrijf van hun moeder ook, waarna jij mag gaan uitleggen dat de werkelijkheid heel anders in elkaar steekt.’ Lachend: ‘Zo leren ze ook nog kritisch oordelen. Nou ja, als je het gevecht met corruptie aangaat en je houdt er geen rekening mee dat dit soort dingen kan gebeuren, dan ben je wel erg naïef. Je weet waar je aan begint. Het is een uitputtingsslag. Natuurlijk hoop je op 100 procent succes, maar je weet dat dat niet zal lukken.’
‘De toenadering tot Europa,
daar vergiet Oekraïne bloed voor.
Welk ander land kan dat zeggen?’
Dieptepunt
Het dieptepunt was dat Mariya op een ochtend in de krant moest lezen dat haar raad van toezicht de avond ervoor was ontslagen, vertelt ze. ‘Er komt een dag dat politici zich realiseren dat ze de controle kwijt raken over wat misschien wel hun grootste asset is. Ze kunnen niet langer de telefoon oppakken en zeggen: “maak die persoon CFO” of “betaal morgen je belastingen want ik heb ze drie maanden eerder nodig”. Vanaf dat moment komt de weerstand ook uit die hoek. Enfin, de raad was dus ontslagen, er werd snel een nieuwe CEO benoemd en een paar dagen later werd de ontslagen raad opnieuw geïnstalleerd. Dezelfde mensen! Ik heb ontslag genomen maar ben vervolgens op verzoek teruggekomen en heb nog zes maanden doorgewerkt. De nieuwe CEO zag het niet zo zitten met mij als secretaris, wat ik me kan voorstellen. Maar ik zag het als een mogelijkheid om iets te beschermen van wat we hadden neergezet.’
En toen was daar de oorlog. Die zal aan het proces van toenadering tussen Oekraïne en de EU niet veel veranderen, daarvan is Mariya overtuigd. ‘We hebben nog veel huiswerk te doen als het gaat om hervormingen en de strijd tegen corruptie. Politici blijven altijd politici, en als ze iets zeggen betekent dat niet automatisch dat ze het ook zullen doen. Maar ik denk dat de bevolking nu zo ver is dat ze politici verantwoordelijk houden. Ik twijfel er geen seconde aan dat de blik op het Westen gericht blijft. De toenadering tot Europa, daar vergiet Oekraïne bloed voor. Welk ander land kan dat zeggen? We hebben al een hoge prijs betaald.’
‘Blijkbaar is het moeilijk om je
voor te stellen dat ik er echt bij wil horen’
ZZP
Intussen probeert Mariya in Nederland professioneel haar draai te vinden, voorlopig vooral met freelance consultancyklussen. ‘Ik ben nu zzp’er’, zegt ze, dat laatste in het Nederlands, ‘maar als je weer vertrouwen wilt in de toekomst, heb je liever een baan. In Oekraïne hoefde ik nooit werk te zoeken, de baan zocht mij wel op. Hier is het soms frustrerend. Veel in Nederland gebeurt op basis van aanbevelingen van anderen, en ik heb alleen mijn cv. Soms zie ik een functie waarvan ik denk: daar pas ik perfect. Maar altijd duikt er een bezwaar op. Dan is het mijn culturele achtergrond, dan mijn leeftijd, dan zijn ze bang dat ik naar Oekraïne zal terugkeren. Het is altijd wat. Blijkbaar is het voor de persoon aan de andere kant van de tafel moeilijk om zich voor te stellen dat ik er echt graag bij wil horen. Ik wil nieuwe dingen leren, het verschil maken, iets terugdoen voor het land dat mij en mijn kinderen opvangt.’
Het zou toch moeten kunnen, denkt ze, met haar KPMG-achtergrond. ‘Ik heb onvoldoende zicht op de culturele verschillen om veel te zeggen over governance in Nederland, maar ik ben groot geworden bij KPMG. Duidelijkheid, transparantie en toewijding, dat is wat ik daar heb meegekregen. En de basistaal van goede governance is wereldwijd hetzelfde. Je zou dus zeggen dat ik hier ook moet kunnen wat ik in Oekraïne ook deed.’
Of haar toekomst in Nederland of Oekraïne ligt, ze weet het nog niet. ‘Als de oorlog morgen is afgelopen, betekent dat niet automatisch dat ik vertrek. Ik ben hier nu drie jaar en het begint stabieler te voelen, dus is in Nederland blijven ook onderdeel van mijn nadenken over de toekomst. Maar Oekraïne is thuis. Mijn land bloedt, en als ik daar iets kan bijdragen, dan graag.’