ALS JE ÉÉN OVERKOEPELENDE BOODSCHAP HEBT, STA JE STERKER

Secretarius
September 2025

Openbaar vervoer, een wandeling en de auto – op het eerste gezicht zijn ze heel verschillend, maar ze hebben vaak dezelfde belangen. De Mobiliteitsalliantie vertegenwoordigt die gedeelde belangen in Den Haag. ‘Als we het over 80 procent eens zijn’, zegt scheidend directeur Rolf Harbers, ‘kunnen we het over die andere 20 procent oneens zijn.’

Toen in 2016 de Mobiliteitsalliantie van start ging, was dat gedeelde belang in de Haagse politiek nauwelijks te horen. ‘In de politiek werden onze belangen vaak tegenover elkaar gezet. Dan was het óf het openbaar vervoer, óf de auto’, vertelt Rolf. ‘Als je één overkoepelende boodschap hebt, sta je sterker. Ons verhaal is dat er al heel lang te weinig geld naar infrastructuur gaat. Er komt een enorme onderhoudsopgave aan, terwijl het gebruik van onze infrastructuur alleen maar toeneemt. We willen allemaal elke dag naar ons werk of naar school, we willen deelnemen aan sociale activiteiten. Zonder vervoer lukt dat niet, of het nou de auto, het OV of de fiets is. Onderhoud is niet populair. Het is niet sexy, je kunt je er niet mee profileren, maar het moet wel gebeuren.’

Regeerakkoord

Rolf maakte de groei van de Mobiliteitsalliantie bijna vanaf het begin mee; eerst als lid en hoofd van de werkgroep public affairs, en uiteindelijk bijna drie jaar lang als directeur. Inmiddels telt de alliantie 25 aangesloten partijen, variërend van Schiphol tot Wandelnet. Successen bleven niet uit. ‘In het laatste kabinet Rutte, toen er nog veel geld was, hebben we serieuze stappen gezet. We hebben ons hoofddoel bereikt: een serieuze paragraaf over mobiliteit in het regeerakkoord. Er is 7,5 miljard vrijgemaakt om nieuwe woonwijken te ontsluiten, en er is structureel 1,5 miljard bijgeplust voor onderhoud en beheer van infrastructuur. In dat regeerakkoord stond ook het voornemen om “betalen naar gebruik” in te voeren. Dat punt is in het kabinet Schoof gesneuveld, en er is bezuinigd op het OV. Daar verzetten we ons als sector tegen. Maar die extra miljarden zijn gebleven.’

‘Op de bal’

1 September was de laatste werkdag van Rolf bij de Mobiliteitsalliantie. Het afgelopen jaar was hij ook nog manager communicatie en lid van het directieteam bij het Rotterdamse openbaar vervoerbedrijf RET. Dat begon steeds meer te wringen, zegt hij. ‘Bij een OV-bedrijf als RET moet je 24 uur per dag op de bal zitten. Als ergens een ongeluk gebeurt, wil ik daar met mijn team snel op kunnen inspelen. Als je op zo’n moment net in een uren durende sessie met andere mobiliteitspartners buiten Rotterdam zit, merk je: dit bijt elkaar.’

De dynamiek bij RET is een heel andere dan die bij een overkoepelende belangenorganisatie. Eén bedrijf, dat betekent één belang; een wereld van verschil met de Mobiliteitsalliantie die zulke verschillende organisaties vertegenwoordigt als Transport en Logistiek Nederland (TLN) en de Fietsersbond. ‘Collega’s bij de RET denken wel eens: wat een halfzacht verhaal heeft hij nou weer met de alliantie, we moeten er gewoon keihard ingaan als OV’, zegt Rolf. ‘Maar tegelijk zien ze het belang om samen op te trekken met de hele sector.’


‘Verschillende standpunten,
verschillende stijlen.
Daarin schuilt onze kracht’


Even wennen

Schiphol en de Fietsersbond, Wandelnet en Transport en Logistiek Nederland – op het eerste gezicht zijn het niet de meest voor de hand liggende combinaties. ‘Soms moet je even aan elkaar wennen’, zegt Rolf, ‘maar dat is juist de diversiteit die we zoeken. Daarin schuilt onze kracht. Verschillende standpunten, verschillende achtergronden en verschillende stijlen bij elkaar brengen. Dat maakt je uiteindelijke standpunten rijker, én het is goed voor je geloofwaardigheid richting de politiek.’

Neem nou de Fietsersbond, geeft Rolf als voorbeeld. ‘Die heeft soms best stevige standpunten en verkondigt die met verve, maar dat weten we van elkaar. Het houdt ons scherp. Ik denk juist dat de Fietsersbond een aantal successen heeft geboekt mede doordat ze deel uitmaken van zo’n breed collectief. Je hebt samen een veel breder netwerk. Een wat grotere, traditionele partij als TLN is bijvoorbeeld van nature wat meer verwant aan de VVD, de Fietsersbond juist aan PvdA/GroenLinks. Daar moet je gebruik van maken.’


‘Soms ben je het niet eens.
Dan moet je zeggen:
hierover hebben we geen standpunt’


80/20-regel

In de praktijk blijkt een gedeeld belang vaak te vinden. ‘Voorbeeld: heel veel kilometers worden lopend afgelegd. Wat denk je van het belang van goede looproutes in de stad, van en naar het openbaar vervoer bijvoorbeeld? OV en wandelen hebben heel veel met elkaar te maken.’

Met zoveel verschillende organisaties is niet over elk onderwerp overeenstemming haalbaar, zegt Rolf. ‘We hebben een soort 80/20-regel. Als we het over 80 procent eens zijn, kunnen we het over die andere 20 procent oneens zijn. De overheid kan elke euro maar een keer uitgeven, en dan is het soms wel eens spannend of bijvoorbeeld de auto goedkoper wordt of het reizen met het OV. Soms ben je het niet eens, dat kan. Dan moet je als alliantie zeggen: hierover hebben we geen standpunt.’

Glas half vol

De 20 procent onderwerpen waarover deelnemers het niet eens zijn hebben vaak te maken met belastingen, met regelgeving en verduurzaming. ‘Dan gaat het bijvoorbeeld over het tempo waarmee we over moeten van fossiel naar elektrisch vervoer en de maatregelen die daarvoor nodig zijn’, zegt Rolf. ‘Denk aan fossiele brandstoffen duurder maken of een toekomstig verbod op de verkoop van fossiele voertuigen. Ik kan prima leven met die verschillen. Het glas is half vol. Je moet kijken waar je het wel over eens kunt worden. Op die punten kun je samen optrekken en een krachtige gesprekspartner zijn, ook voor de politiek in formatietijd.’

Governance volgt idee

De ontwikkeling van de Mobiliteitsalliantie ging in sprongen, vertelt Rolf. Eerst was er een idee, toen kwam het succes, en pas daarna volgde de governance. ‘Alles begint met een idee. In het begin gaat het organisch, maar als de buitenwereld in de gaten krijgt dat je bestaat en je de wind in de zeilen krijgt, kom je erachter: hoe meer partijen je ergens bij betrekt, hoe meer ideeën er zijn. Soms heb je een sessie over een thema, de uitkomsten komen op papier, en daarna zie je dat een van de partijen boos wordt en zegt: maar dit wil ik niet! In discussie bepaal je vervolgens met elkaar wat je wél kunt zeggen. Dan is het tijd om goed je governance op papier te zetten. Hoe bepaal je samen een standpunt, langs welke gremia moet het dan, waar wordt het besluit genomen, hoe zorg je dat iedereen goed wordt meegenomen?’


‘Hier moet je als secretaris
een wendbare procestijger zijn’


Politieke junkies

Juist in een politieke organisatie als de Mobiliteitsalliantie kan de secretaris veel toevoegen, zegt Rolf. ‘Je moet een goed oog hebben voor wat er tussen mensen gebeurt, in overleggen, maar ook op papier en in mails. Soms kunnen in een proces irritaties ontstaan; grote maar ook heel kleine, subtiele. Omdat hier zo veel verschillende belangen spelen, denk ik dat je radar nog beter moet zijn afgesteld dan in veel andere organisaties. Ook van belang is dat je de politiek leuk vindt. Lobby is wel onze hoofdtaak en het zit hier vol met politieke junkies. Dat zijn creatieve mensen die van adrenaline en van snelheid houden, maar ze zijn iets minder van de processen. Als secretaris hoef je niet alles te weten, maar je moet wel doorhebben hoe de hazen lopen in Den Haag. En je moet tegelijkertijd ook een beetje strak zijn. Hier moet je als secretaris een wendbare procestijger zijn.’

DELEN IS VERMENIGVULDIGEN

GERELATEERDE KENNISBRONNEN