‘De governance binnen de pensioensector is complex. Dat de pensioensector overgaat naar een nieuw pensioenstelsel maakt alles nog complexer’, zegt Robbert van Schaik, die al twintig jaar werkzaam is in de sector. ‘Het is mooi om hierbij betrokken te zijn.’
‘Pensioenfondsbesturen hebben met veel verschillende partijen te maken’, zegt Robbert. ‘Daardoor is de governance complexer dan bij veel andere organisaties en bedrijven. Als ik de governance van de pensioensector probeer uit te leggen aan buitenstaanders, horen zij vaak over gremia die ze in hun eigen branche niet kennen.’
Toezichthouders
De meeste pensioenfondsbesturen zijn paritair samengesteld en bestaan uit afgevaardigden van werkgevers en werknemers. Afhankelijk van het model hebben pensioenfondsen te maken met verschillende interne en externe toezichthouders. Zo hebben de meeste fondsen een verantwoordingsorgaan, dat intern toezicht houdt op het beleid van het bestuur en verantwoording aflegt aan (ex-)werknemers, gepensioneerden en werkgevers. Daarnaast hebben veel pensioenfondsen een raad van toezicht, die toezicht houdt op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken bij het pensioenfonds. Ook zijn er fondsen met een uitvoerend en een niet-uitvoerend bestuur, het zogenoemde “one-tiermodel”. In dat geval is er geen aparte raad van toezicht, omdat het interne toezicht samen met de uitvoerende bestuurders een bestuur vormt. Daarnaast kijken actuarissen en accountants mee met het bestuur. De externe toezichthouders zijn De Nederlandsche Bank (DNB), die kijkt of de fondsen financieel solide zijn, en de Autoriteit Financiële Markten (AFM), die toezicht houdt op de informatieverstrekking aan de deelnemers.
Omvangrijke operatie
Op 1 juli 2023 is er een nieuwe pensioenwet ingegaan, de Wet toekomst pensioenen. In deze wet staan nieuwe regels voor pensioen. Alle pensioenfondsen in Nederland moeten uiterlijk op 1 januari 2028 volgens de nieuwe regels werken. ‘De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel is een complexe en omvangrijke operatie’, stelt Robbert. Volgens de wet ligt de nadruk op een evenwichtige transitie en een beheerste verdeling van risico’s. Daarom heeft het verantwoordingsorgaan in deze periode een verzwaard adviesrecht en heeft het interne toezicht een goedkeuringsrecht op het invaarbesluit. De wet geeft precies aan wat de taken van pensioenfondsbesturen en de taken van de sociale partners zijn tijdens de transitie. Zo bepalen de sociale partners bijvoorbeeld welk type pensioenregeling er komt (de wet biedt twee keuzes) en is het pensioenfondsbestuur er verantwoordelijk voor dat de transitie voor alle betrokkenen eerlijk en transparant verloopt. ‘Bij de transitie zijn nog meer partijen betrokken’, aldus Robbert. Zo heeft hij zelf met een oud-collega van pensioenuitvoerder Achmea – waar hij in het verleden werkzaam was als bestuursadviseur – een “slapersvereniging” opgericht. ‘Omdat we vinden dat slapers, zoals voormalige deelnemers van een pensioenfonds genoemd worden, ook gehoord moeten worden bij de transitie.’
Taken en verantwoordelijkheden
Hoewel in de Wet toekomst pensioenen de taken en verantwoordelijkheden van pensioenfondsbesturen en sociale partners afgebakend zijn, is die taakafscheiding in de praktijk minder strikt. ‘De eerste stap in het proces is dat de sociale partners de pensioenregeling kiezen. Maar in het veld zie je dat een pensioenfondsbestuur hierin het voortouw neemt’, zegt Robbert. ‘Het is ook heel belangrijk dat het bestuur en de sociale partners nauw samenwerken in de transitie, want het bestuur moet de opdracht aanvaarden om de regeling uit te voeren. En ook om de huidige regeling “in te varen”, zoals dat heet, in de nieuwe regeling. Daarom is het verstandig als het bestuur vooraf zijn visie kan geven.’ Vervolgens moet het pensioenfondsbestuur een evenwichtigheidsbeoordeling uitvoeren. Dan vergelijkt het bestuur het verwachte pensioenresultaat van de huidige regeling met dat van de nieuwe regeling. Als bepaalde leeftijdsgroepen er bij de transitie op achteruit gaan, kunnen de sociale partners besluiten compensatie toe te kennen aan deze groepen. Uiteindelijk moet De Nederlandsche Bank groen licht geven. Die beoordeelt of de transitie in zijn geheel evenwichtig is. Pensioenfondsbesturen moeten ook een communicatieplan maken, dat beoordeeld wordt door de Autoriteit Financiële Markten.
Voorbereidingen
Begin 2026 hebben zo’n 30 pensioenfondsen de overstap naar de nieuwe regels gemaakt. De overgrote meerderheid van de fondsen zit nog midden in het transitietraject. ‘Dat betekent dat pensioenfondsbestuurders het erg druk hebben’, zegt Robbert. ‘Enerzijds zijn ze bezig met de uitvoering van de huidige pensioenregeling. Dat betekent dat elk jaar de vaste onderwerpen terugkomen. Bijvoorbeeld: wat wordt de hoogte van de premie? Kunnen de pensioenen geïndexeerd worden, dus meestijgen met de prijzen? Hoe staat het met het beleggingsbeleid?’ Maar anderzijds zijn ze bezig met de voorbereidingen voor de transitie. ‘Er moeten tal van besluiten genomen worden, er moet veel rekenwerk verricht worden. Je ziet ook dat er veel tijd wordt gereserveerd voor studiedagen en extra vergaderingen.’ Aanvankelijk was het de bedoeling dat fondsen uiterlijk op 1 januari 2027 moesten overstappen naar de nieuwe regels. ‘De verschuiving naar 2028 geeft iets meer lucht, maar het kan best zijn dat het uiteindelijk zelfs 1 januari 2029 wordt’, verwacht Robbert.
Andere dynamiek
‘In de transitiefase gaat het reguliere werk ook voor de bestuurssecretaris gewoon door. Tijdens de verbouwing blijft de winkel open. In het voorjaar zijn de bestuurssecretarissen bijvoorbeeld bezig met het jaarwerkproces voor de huidige regeling. Daarnaast ben je bezig met de voorbereidingen voor de nieuwe regeling’, zegt Robbert. Pensioenfondsen huren externe partijen in voor bijvoorbeeld de ingewikkelde rekenexercities die gemaakt moeten worden om de huidige pensioenaanspraken evenwichtig in te varen in de nieuwe regeling. ‘Als secretaris ben je geen actuarieel expert, maar je bent wel expert als het gaat om de procedure. Dus als er een expert komt met een mooie berekening, ben jij degene die ervoor zorgt dat zo’n berekening eerst bij de juiste bestuurscommissie terechtkomt en daarna pas op de agenda van de bestuursvergadering.’ Ook is de secretaris degene die ervoor zorgt dat alle partijen die mee moeten kijken inderdaad ook meekijken. ‘Daar moet je in de planning rekening mee houden.’ Vaak wordt het verantwoordingsorgaan meegenomen in het volledige transitietraject. ‘Het kan zijn dat het verantwoordingsorgaan over een bepaald deelonderwerp van de transitie formeel niets te zeggen heeft, maar aan het einde van het traject heeft het verantwoordingsorgaan over het geheel een verzwaard adviesrecht. Dan is er veel voor te zeggen om hen er eerder bij te betrekken.’ Volgens hem is het bijzonder om als bestuurssecretaris bij zo’n ingrijpende verandering betrokken te zijn. ‘De dynamiek is anders. Het is leuk om weer over andere dingen na te denken. En hoe kan ik de hazen het beste laten lopen om tot een mooi besluit te komen?’
Rol bestuur
Als een pensioenfonds de transitie eenmaal achter de rug heeft, verandert de rol van het bestuur. ‘Het bestuur stelt de pensioenpremie niet meer vast’, aldus Robbert. ‘Dat doen de sociale partners.’ In het oude stelsel was de hoogte van de pensioenuitkering het uitgangspunt. Het bestuur stelde vast wat de benodigde premie was om dit te bereiken. In het nieuwe stelsel bepalen de sociale partners de premie en hangt de hoogte van het pensioen af van de beleggingsresultaten. Ook hoeft het bestuur geen beslissingen meer te nemen over indexatie, want de sociale partners hebben de verdeelregels voor het beleggingsrendement vastgesteld. Daar staat tegenover dat het bestuur meer aandacht zal moeten besteden aan datakwaliteit. ‘Datakwaliteit is heel belangrijk’, stelt Robbert. ‘Dat speelt tijdens het hele transitietraject en daarna. Fondsen doorlopen verschillende processtappen om hun datakwaliteit op orde te brengen. Als de datakwaliteit in het oude stelsel niet perfect op orde was, kon je dat afwentelen op het collectief. Maar in het nieuwe stelsel heeft iedereen een eigen pensioenpot. Dan luistert datakwaliteit extra nauw.’ Ook de raad van toezicht zal volgens hem specifieker naar datakwaliteit kijken.
Arbeidsvoorwaarde
Een ander belangrijk onderwerp voor pensioenfondsbesturen is keuzebegeleiding. Pensioenfondsen hebben de wettelijke taak hun deelnemers goed te informeren over de keuzes die zij kunnen maken op pensioengebied. ‘Pensioenfondsbestuurders moeten zich afvragen hoe zij invulling geven aan hun zorgplicht’, zegt Robbert. ‘Geef je alleen een richting aan via een digitaal portaal, zoals nu meestal ook al gebeurt? Of word je financieel adviseur?’ Hij stelt dat de meeste pensioenfondsbesturen op dit moment klassiek paritair zijn samengesteld. Hij verwacht dat de meeste fondsen na de transitie overgaan naar het “one-tiermodel”, waarbij de raad van toezicht ontbreekt en de toezichthouders als niet-uitvoerende bestuurders samen met de uitvoerende bestuurders het bestuur vormen. Dan kunnen de uitvoerend bestuurders als inhoudsdeskundigen op dagelijkse basis operationele besluiten nemen om de risico’s te beheersen. Daarnaast zit het interne toezicht dichter op de bal, omdat zij samen met de uitvoerende bestuurders het bestuur vormen. ‘Maar ik verwacht dat het paritaire element, met de werkgever en de werknemer in het bestuur, zal blijven. Pensioen blijft immers een arbeidsvoorwaarde.’