Straffeloos voorzichtig

30.10.2018


“ Die de zee soo vaeck ontfeylen,
En roven schatten in haer nest:
Schricken voor d’Hollandsche zeylen
En schuwen Ruyter als de pest.¹”

Blinde adoratie. Dit soort onomstreden heldenverering kennen wij niet meer. Het versje, van de hand van een die hard bewonderaar, vertelt over de tocht van Michiel de Ruyter naar de Middellandse zee “tot tuchtiging der Turksche Zeerovers” en geeft aan dat deze held uit de Nederlandse zeegeschiedenis als trots des vaderlands werd gezien. De heldenverering kwam in Nederland net na de grootse Gouden Eeuw tot een hoogtepunt. De bekende ridderorde, De Militaire Willemsorde voor daden van moed, beleid en trouw, bestaat dan ook al sinds 1815. In de tijd van Willem I was vaderlandsliefde een automatisme. Je moest wel, er was geen ontsnappen aan. Historische helden kregen bovenmenselijke, quasi-goddelijke eigenschappen toegeschreven en werden veel beschreven en bezongen. Zo ook De Ruyter, die in zijn eentje al die rovers doodsbang op de vlucht zou doen slaan. Hierbij heiligde het doel de middelen: de manier waarop dit gebeurde deed er niet toe. In die tijd namen de helden dan ook een onbetwiste, verheven plek in. Deze nationale helden droegen in belangrijke mate bij aan de saamhorigheid en gemeenschapszin en brachten een collectieve bewustwording van het verleden op gang. Door de held te eren, leerde men hoe te leven; door zijn daden te bestuderen, begreep men het doel van de geschiedenis.²

Vandaag de dag zijn we niet meer zo geneigd om iemand een onweerlegbare helden- of heldinnenstatus toe te schrijven. De teloorgang van de heldenverering is uiteraard direct gelieerd aan de sterk veranderende samenleving. De twee genocidale wereldoorlogen hebben een meer gereserveerde houding ten opzichte van macht en invloed van grote mannen met zich meegebracht. Deze ontwikkeling werd versterkt toen in de jaren zestig een sterk hiërarchisch opgebouwde maatschappij verruild werd voor een meer egalitaire wereld. Gevolg hiervan was namelijk dat iedere burger verantwoordelijk werd voor zijn/haar eigen daden en niemand zich meer kon verschuilen achter de brede rug van zijn/haar helden.³ W.F. Hermans typeerde een held nog als “iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest”.? Nog geen twintig jaar later zongen de Nederlanders mee met de Stranglers, die met hun nummer “No more heroes” te kennen gaven dat het echt genoeg was geweest.

Sindsdien is het hommeles. We worstelen nog steeds met de vraag hoe Nederland om dient te gaan met de grote helden uit het verleden. De globalisering heeft ons wereldburgers gemaakt, waardoor we hun daden in een ander perspectief plaatsen. Een De Ruyter toonde moed voor het collectief, het land, maar deed dit ten koste van andere groepen. Dat wordt tegenwoordig niet langer geaccepteerd. Het collectieve geweten haalt helden van hun voetstuk, waarmee ze verworden tot gewone stervelingen, met al hun tekortkomingen. Zij raakten hiermee hun voorbeeldfunctie kwijt: een flink aantal historici stelt dat de nationale helden in het verleden niet werden ingezet om de mensheid te dienen, maar zijn toegeëigend en gebruikt om de geschiedenis te hèrschrijven ten gunste van naties, dictators en idealen.? Onder publieke pressie zijn er dan ook talloze gebouwen, straten, tunnels en viaducten door heel het land van naam veranderd en worden er hier en daar standbeelden verwijderd. Zo veranderde de Amsterdamse J.P. Coenschool na 107 jaar van naam (“Geschiedenis is iets moois, maar hier weegt de lading die de naam Jan Pieterszoon Coen met zich meedraagt zwaarder”?), verwijderde het Mauritshuis in Den Haag het standbeeld van zijn naamgever Maurits van Nassau-Siegen uit de foyer, wilde het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With af van de “besmette naam” en werden de koloniale onderdanen op de deurpanelen van de Gouden Koets overgeschilderd. 

Volgens historicus Piet Emmer? raast er een nieuwe beeldenstorm door ons land. In een tijd van een andere beleving van én een vergrote aandacht voor ethiek is het logisch dat de voorheen gevierde dappere helden nu veelal worden gezien als “foute, witte mannen”. We hebben nu eenmaal een totaal andere bril opgezet. Emmer: “we moeten leren de geschiedenis te bekijken door de ogen van die tijd. We moeten het verleden niet willen uitwissen, maar bewaren, bestuderen en begrijpen. En vervolgens mogen we heel blij zijn dat we vandaag leven”.? Alsof het nog niet ingewikkeld genoeg is om uit te dokteren hoe met het verleden om te gaan, stelt het ons ook voor een tweede aandachtspunt: want wie laten wij onze tijdgeest nog kleuring geven? Volgens de psychologie is het vereren van anderen volkomen natuurlijk gedrag.? Helden hebben emotionele waarde: ze zijn een inspiratiebron. Het zijn de leiders die we willen volgen.¹? We ontkomen er kennelijk dus niet aan. Maar ja, wíe dan?

Het beroerde is dat in onze tijd van sociale media zo’n beetje iedereen ter discussie staat. Er is bijna geen sector te noemen, die buiten de verhitte debatten rondom trending topics wist te blijven. De confrontatie met allerhande misstanden (sport, bankensector, kerk, entertainmentindustrie…) hebben ons vertrouwen in onze medemens en diens functioneren dusdanig beïnvloed, dat er een drang tot vernieuwen en verbeteren is ontstaan. We kunnen gerust stellen dat met het ontwikkelen van hashtags als #Zeghet en vervolgens #MeToo de geest uit de fles is. Onaantastbaar geachte personen, vooraanstaand in hun beroepsgroep, vallen één voor één om. Het maakt het aanwijzen van tegenwoordige role models er niet gemakkelijker op. 

Soms zit je als consultant in gesprek met een kandidaat en krijg je net te weinig te zien van de persoon achter de kandidaat. Het is me herhaaldelijk opgevallen dat kandidaten veelal gemakkelijk vertellen over hun professionele achtergrond, maar het persoonlijke vlak liever minimaal besproken laten. Toch is het voor ons van doorslaggevend belang gevoel te krijgen bij wie we voor ons hebben. En dus ben ik nog weleens geneigd de knuppel in het hoenderhok te gooien. Bijvoorbeeld door te vragen naar zijn/haar helden. We hebben zelfs een set kaartjes met foto’s van Aletta Jacobs tot Najib Amhali om een kandidaat uit de tent te lokken, te verleiden zichzelf te laten zien. Ik hoop altijd op iemand die dweept met een totaal niet voor de hand liggend persoon (à la Dennis Rodman, Rachida Dati of Notorious B.I.G.) en dit ook aansprekend kan beargumenteren. De werkelijkheid ligt (begrijpelijk) in bijna alle gevallen ernstig anders. Meestal is het wikken en wegen. Risicodenken. Zoals het secretarissen en juristen betaamt. Vaak wordt er in eerste instantie naarstig gezocht naar neutraal, veilig terrein, waar uitzonderlijke prestaties kunnen worden bereikt, zonder dat er idolatrie aan kleeft. Maar na een korte stilte wordt er toch vaak wel een knoop doorgehakt. Weifelend. Vraagtekens hangen in de lucht; ogen blijven naar de kaartjes staren. Ze geven bovenal blijk van onze tijdgeest.

Straffeloos voorzichtig.

---

  1. Van varen en van vechten, verzen van tijdgenooten op onze zeehelden en zeeslagen, lof- en schimpdichten, matrozenliederen, Dr. D.F. Scheurleer, tweede deel 1655-1678, 1914
  2. Van helden worden we niet beter, Jos Palm, Trouw, 9-12-2006
  3. Heldenverering is achterhaald, Chris van der Heijden, Trouw, 8-3-2008
  4. Donkere kamer van Damokles, W.F. Hermans, 1958
  5. Heroes: Saviours, traitors and supermen, Lucy Angela Hughes-Hallett, 2004 
  6. Directeur mevrouw Sylvie van den Akker, J.P. Coenschool, januari 2018
  7. Historicus Piet Emmer, emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden, DWDD, 17 januari 2018, Het zwart-witdenken voorbij
  8. Historicus Piet Emmer. Zij die over ons slavernijverleden het hoogste woord voeren, weten sterk te overdrijven, de Volkskrant, 2018
  9. Opgevreten door de roem, Reinier Kist, NRC, 2012
  10. Mevrouw J. Pollmann, hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden in In de lelijke kant van een held schuilt ook een les, Trouw, 2018

Reacties (0)

This thread has been closed from taking new comments.