Geloof me nu maar

27.11.2018


Tegenwind in de polder.

Hier is wind, wind en nog meer wind. Die heeft hier namelijk vrij spel. Al vroeg had ik door dat je je op iets anders diende te richten en met trots naar de strakke, rechte akkers hoorde te kijken. Negeer die wind. Je kunt je erop kleden. Je staat hier op de zeebodem en het is juist deze zompige klei die voor de vorige generaties het beloofde land belichaamde. Pioniers waren het, gedreven door ondernemersgeest en gemeenschapszin. En solidariteit. Want leven op een kleivlakte was zelfs in die tijd geen toonbeeld van romantiek. Die zat ‘m in het vertrouwen dat het ééns wat zou worden. Dat ze samen een erfenis achter zouden laten voor de generaties die zouden volgen. Een erfenis die veel verder zou gaan dan een pot met geld. Trots, bestemming, een bijdrage aan het gezicht van Nederland. Grote woorden, die inderdaad respect afdwongen. Temeer wanneer je beseft met hoeveel bloed, zweet en tranen ze werden bezworen. Maar als ik om me heen kijk op deze grijze dag lijkt het alsof het land op haar beurt weer ruimte heeft gegeven aan de zee. Een inktzwarte zee dit keer. En boven de zee van klei een harde, straffe wind, als heer en meester boven de golven.

We waren nog maar nauwelijks

op weg of mijn vader riep juichend

door de Taunus welkom

op de bodem van de zee

in de jaren zestig op weg naar nergens

 In 1942 viel de Noordoostpolder droog: ruim 48.000 hectare braakgrond was het gevolg. Klei en wind. In die jaren was er weinig zeker. Maar als er íets als een paal boven water stond was het de missie van de eerste polderbewoners. In het kielzog van deze missie volgde hun levensdoel en in één streep hun identiteit. Het ontginnen van de drooggevallen grond was immers niet voor iedereen weggelegd. Dat had de regering ook bedacht. De kersverse en kaarsrechte polder diende het domein van uitverkoren boeren te zijn. Om het kaf van het koren te scheiden hanteerde de gemeente een niet te onderschatten ballotage. Het adagium “superklei voor superboeren” zou leiden tot een ideale samenleving, zo redeneerden de ingenieurs van achter de tekentafel. Voor het evenwicht werden de richtlijnen van de verzuiling gerespecteerd en werden de hectaren over exact gelijke groepen rooms-katholieken, protestanten en vrijzinnigen verdeeld. Mijn oud-klasgenote Eva Vriend schreef een geweldig boek over de ontginning van de polder en richtte zich – heel interessant – niet zozeer op de successtory’s van de geselecteerde pioniers, maar gaf met name een stem aan de teleurgestelden, die er net naast grepen en de hoop op een agrarisch walhalla los dienden te laten.¹

 Ik dacht dat hij hallucineerde

achter het stuur want ik zag het

graan golven op de velden en

akkers vol tulpen die ik wilde plukken voor mijn moeder

in een vaas op zondag

Wat zou er door de pioniers heen gaan als ze naast me zouden staan deze dag, turend over de akkers? Zou de aanblik hen met trots vervullen, of zou de veranderde toekomst voor de landbouw hen een siddering over de rug bezorgen? Heftig he, die striemende wind? Ze zouden het in ieder geval niet verdienen dat de kou hen onder de huid kruipt; zij die de kou genegeerd hebben en zich verwarmden aan een toekomstbeeld dat hun werd voorgehouden en waar zij zich aan vastklampten. De onwrikbare identiteit die het land hen zoveel jaren geleden gaf, geldt niet meer voor de huidige bewoners. De status aparte is niet meer: een supersamenleving is -ook hier- niet maakbaar gebleken. De bijzondere ontstaans-geschiedenis heeft er wel voor gezorgd dat iedereen hier een eigen versie van het gemeenschappelijke verhaal heeft, ook al is dat in de loop der jaren wel wat op de achtergrond geraakt.

Soms laaien de verhalen weer op, omdat ze nu eenmaal deel uitmaken van de familiegeschiedenis. Bij ons was dit een paar jaar geleden ook het geval, toen er lichte verontwaardiging in de familie ontstond omdat een oplettende tante op Funda had gespot dat Genhoes, de oorspronkelijke woning van mijn opa en oma in het Geuldal, Zuid-Limburg, “in partjes te koop stond”. Het was door een projectontwikkelaar opgedeeld in vijf “sfeervolle, ruime en luxueuze woningen”. Mijn opa dacht destijds de deal van de eeuw te doen door zijn Genhoes met gesloten portemonnee te ruilen voor een boerderij in de polder. Hij bleef tot aan zijn dood zijn keuze verdedigen. Klei versus zand, dat is toch niet zo’n moeilijke afweging? Voor mijn oma sprak een verhuizing naar de kale vlakte minder tot de verbeelding. IJzersterk nam zij haar geliefde Zuid-Limburg mee de polder in: wekelijks werden er vlaaien afgeleverd, iedere dag zoete inval, veel gezelligheid en bovenal bourgondisch leven. Boven het hoofd van de arme vrouw klonk zo nu en dan geklop van een stok op het plafond. Ze stond dan op zonder zuchten en bracht wat te drinken of te eten. Het was de oude noenk, haar oom, die ze toch niet achter had kunnen laten in Limburg en die zijn laatste jaren slijtte op de bovenverdieping van de kleine boerderijwoning.

 Dit land was geen land, dit

is een drooggevallen zoete zee geweest

met kleine verzwolgen eilanden

en in de bodem oeroude schepen

rottend, wachtend op een gravend mens

 Ik laat de akker en mijn denkbeeldige medetoeschouwers achter mij en rijd door richting Emmeloord, Patato City en de kern van de polder. Kilometers rijd ik parallel aan de kaarsrechte, kale fietspaden die ik als scholier eindeloos aflegde. Eenmaal de brug over, besef ik dat enorm veel panden sinds mijn jeugd een andere bestemming hebben gekregen. In de loop der jaren is er zoveel veranderd. Landbouwmechanisatiebedrijven maakten plaats voor een kleine meubelboulevard. Het vroeger druk bezochte, oude weeghuisje staat nu weg te kwijnen achter een immense skatebaan. Opslagschuren werden verbouwd tot supermarkt. Twintig jaar geleden droegen nieuwe invullingen bij aan een ruimere identiteit en daarmee aan de trots van de gemeente. Tegenwoordig tonen ze eerlijk gezegd ook pijnlijk vaak aan dat het Flevolandse platteland worstelt met kwesties die bestuurders van andere agrarische gemeenten op het “oude land” bekend voorkomen: leegstand, hangjongeren, verschraalde voorzieningen.² Toch zijn er ook talloze mooie initiatieven, waarin – als je het wílt zien- wellicht nog iets van de oorspronkelijke positieve energie terug te vinden is. Zo startte ondernemer Bob Crébas jaren geleden kringloopwinkel Goedzooi (nu het Goed). In de beginjaren werd hij door de zwart-wit denkende boeren veelal gezien als werkloze sjacheraar, die met zijn broer de polder rondscheurde om allerhande tweedehands spullen op te halen. Maar laat Bob maar schuiven, want flink wat jaren later wist hij zijn handel te integreren met het opkomende internet. Zijn Marktplaats.nl werd uiteindelijk verkocht aan eBay, waardoor onze Bob in één klap de Quote 500 in werd gelanceerd. Dat hij daarna zijn autobiografie de titel “Iedere dag vrij” meegaf, doet mij nog steeds grinniken. Hij is trouwens inmiddels helemaal niet meer iedere dag vrij, want hij heeft zich gericht op het verbouwen van brandnetels voor de vervaardiging van kleding. De man was en is zijn tijd ver vooruit. En wat te denken van de pootaardappelacademie, die werd opgericht om niets minder dan de leiderspositie van Nederland op het gebied van export van pootaardappelen te behouden? Of de aanleg van een heus landgoed met allure net buiten Emmeloord door de enige echte tankstationkoning van de polder?  Geen American dream voor deze nuchtere werkers, maar een afgeleide polderversie in een regio, waarvan men ruim 70 jaar geleden al dacht dat het onbegrensde (zij het agrarische) mogelijkheden bood.

En de dijken omzomen de zee

en de wind waait waar hij wil

en in de wegatlas stond NOP

de naam van deze nieuwe bodem

vol van het golvend graan²

De krant van 19 november 2010 ligt al open en klaar om bewonderd te worden als ik bij haar aan tafel schuif. “Kijk n’s!”, zegt ze met glunderende ogen. Eerst lezen, de koffie kan wachten. Mijn moeder is uitermate trots op de nominatie van de polder voor de Werelderfgoedstatus van de Unesco, “omdat de gemeente bij uitstek het toonbeeld is van het gedachtegoed van de maakbare samenleving”, zo lees ik. Mijn moeder grist de krant uit mijn handen, het gaat haar niet snel genoeg. Hardop leest ze “De polder is ontworpen vanuit het oogpunt van optimale landbouwproductie, maar ook als wetenschappelijke, esthetische en intellectuele uitdaging”. Ze moet een moment zoeken naar haar favoriete citaat, maar even later klinkt het “De Noordoostpolder is een unieke representant van een moderne rationele denkwijze over de ruimtelijke inrichting, die uitzonderlijk goed zichtbaar kon worden in het landgoed, de stedenbouw, de architectuur en de bevolkingssamenstelling doordat de hele polder ontworpen is op de tekentafel.” Ze kijkt me onderzoekend aan, want ze weet dat ik haar liefde voor dit gebied niet in deze mate deel. En dat het op de tekentafel is ontworpen vind ik juist vreselijk. De wind is voor mij nooit helemaal gaan liggen. “Ja, nu kun je wel zo naar me kijken, maar de burgemeester is ook superblij. Wat denk je! Zijn gemeente in één adem genoemd met de Akropolis, Venetië en de piramiden van Egypte! Wat een reclame! Geloof me nu maar.”

Een paar maanden later is het gejuich toch iets verstomd. De journalisten hebben nu vooral de lokale landbouwbelangenorganisatie podium gegeven en zij moet niets van de Werelderfgoed-status weten. “Wat nou uniek? Hoezo tekentafel? Straks worden we nog een openluchtmuseum! De angst voor stroperige procedures voor bijvoorbeeld bouwvergunningen blijkt groot. “Werelderfgoed, dat staat voor behoud, voor een conservatieve opvatting. Wij willen juist innovatie en technische voorsprong”, stelt de voorzitter. Met dezelfde drift als waarmee de eerste generatie boeren eerzuchtig in de polder rondstapte, wordt nu het recht op vrij ondernemerschap verdedigd. De zakelijke pioniersgeest waar de rijksdienst op selecteerde, klinkt door in de argumenten. Geen romantisch museaal geleuter, maar fanatiek verder ontwikkelen. En die ondernemingslust zegeviert, met het nuchter rationalisme. Wegens gebrek aan lokale steun schrapt het Rijk de Noordoostpolder ten slotte van de nominatielijst. De selectiemethode bijt zichzelf in de staart. Mede door de planmatige bevolkingspolitiek is de ontstaansgeschiedenis van Flevoland zo bijzonder, maar de praktische geest waarop toen werd geselecteerd, maakt wellicht ook dat de bewoners van nu weinig zin hebben om daar lang bij stil te staan. Dat was toen, kunnen we nu weer over tot de orde van de dag?”³

Jullie vreemd mensenvirus

roepen straks weer in koor

“met de kennis van nu”

Ik ben Moeder Aarde

uit mij zijn jullie geboren.

Elk landschap is mijn aangezicht.

De innerlijke klank daarvan

mijn ziel en zijn.

Zelfs wanneer mijn bergtoppen vuurspuwen

laat ik nog vruchtbare lava na.

Noordoostpolder, prachtige mondriaanse omgeving

kijk naar Amerika

dat verwoeste landschap, littekens kervend in mijn ziel

vervuild en naargeestig als een oorlogsgebied.

Jullie voorland!

Uitputting en vergiftiging

tast jullie welzijn aan.

“Met de kennis van nu”

lopen mensen zonder dralen

voor een hand vol zilverlingen

en slechts enkele jaren energie

de lokvogels na.?

We zitten aan een tafeltje in ’t Voorhuys, Emmeloords centrale restaurant. En kijken uit op de niet te missen Poldertoren, die door een streng ingenieursoog exact in het midden van de polder is geplaatst. Mijn moeder heeft nog geen blik op de kaart geworpen. Haar aandacht gaat uit naar het plein vóór de toren. Daar gaat het gebeuren. Dit hart van Emmeloord en daarmee van de polder krijgt een grondige opknapbeurt. Daarmee raak je natuurlijk ook de vraagstukken omtrent de nieuwe, moderne identiteit van de polder aan. En die houden de gemoederen flink bezig. De Noordoostpolder, hier de best gelezen krant, publiceerde artikel na artikel. Wel of geen autovrij plein? Wel of geen supermarkt? Wel of geen horecapaviljoen? Wel of geen parkeergarage? Wel of geen extra woningen? Zo moesten er nogal wat keuzes gemaakt worden. Keuzes die dienden te passen in het heersende idee van de toekomst van de polder. Op straat was het weer in ieder geval niet langer het meest besproken onderwerp. Deze plek, die juist een plaats van samenkomst en verbondenheid moest worden, dreef de polderbewoners in eerste instantie flink uiteen.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik mij iedere keer als ik naar het noorden reed verheugde om de stand van zaken te horen. Het werd een spannend verhaal, dat in mijn hoofd tot leven kwam en deed nadenken over het belang van draagvlak, identiteit én diversiteit. Een verhaal dat heel veel gelijkenissen heeft met de wereld van organisaties, verandertrajecten en cultuurveranderingen. Mijn moeder ging zo in het gebeuren op dat ze me naadloos uit de doeken deed hoe alle betrokkenen die zij kende zich tot de ontwikkelingen verhielden en voedde daarmee mijn fascinatie. Vele namen zeiden mij niets, maar kregen in mijn hoofd gestalte door de bijna archetypische rol die een ieder vervulde, logischerwijs allemaal vanuit eigen overtuigingen, intenties en verlangens handelend. Nadat er eerst directief geprobeerd werd vorm te geven aan alle plannen (“gas erop , want d’r moet immers veel gebeuren”), werd al snel duidelijk dat ook hier ernstig rekening diende te worden gehouden met de praktische geest van de gemiddelde polderbewoner. Die loopt niet direct warm voor “allerlei bombarie”. De persoon die dit bracht miste ook de broodnodige geloofwaardigheid, waardoor er geen sprake was van ook maar enig draagvlak. En doorrrr. Nog een paar personen brandden hun vingers en onderschatten hoe een behoorlijk deel van de polderbewoners bij verandering en innovatie stem wilden hebben in het wel en wee van de polder die hún voorvaderen mede vorm hadden gegeven. Ineens kwam het verleden weer dichterbij en speelde een significante rol. Recht doen aan dit verleden, zich gehoord voelen en zorgen voor een waardige toekomst leken de hoofddoelen van deze betrokkenen. Er werden dan ook “stadcafés” georganiseerd om een ieder een stem te geven en “belanghebbenden en belangstellenden op een gelijkwaardige, transparante en voor iedereen navolgbare wijze ideeën en initiatieven voor het centrum te laten inbrengen en dat op basis van deze inbreng samenhangende voorstellen (scenario’s) ontwikkeld worden.” Dit waren pittige bijeenkomsten, waarin plannen en ontwerpen werden ontvangen met applaus, maar ook met verontwaardiging en geschreeuw. En het was de gemeente nu juist om verbinding te doen! Na een intensieve periode van ideeën-uitwisseling en scenario-ontwikkeling, heeft de gemeente de teugels weer strakker aangehaald en gedegen processen ingericht om het hele traject in goede banen te leiden. Eén pijler blijft fier overeind staan: bewoners en belangstellenden werden en worden maximaal betrokken. Zij bouwen mee aan de toekomst, net zoals hun voorvaderen deden. Ook worden ze minutieus en met zorgvuldigheid (die doet denken aan de werkwijze van de vroegere ingenieurs) op de hoogte gehouden via de speciaal vormgegeven website “Hart voor Emmeloord”?. De gemeente is trots op haar “Open Planproces” en vindt beetje bij beetje ook weer de trots terug bij haar onderdanen. Oké, ze zijn er nog niet, er moeten nog heel wat hobbels genomen worden. Zo voelden de initiatiefnemers voor het gewenste horecapaviljoen zich toch genoodzaakt om de gunning terug te geven aan de gemeente. En begint dit deel van het verhaal dus weer opnieuw. Maar in ieder geval zijn er al flink wat meer inwoners “aan boord”. Tijden voor ballotage liggen ver achter ons en ook het streven naar een perfecte samenleving is onzinnig gebleken. Wat overblijft is een vertrouwen dat het goed roeien is met de riemen die ze hebben.  

Of je je als secretaris nu in de schoenen van de ontginningspionier of in die van de externe procesbegeleider van het project Hart voor Emmeloord verplaatst: het verhaal van deze sterk veranderende polder heeft waarschijnlijk veel aanknopingspunten, raakvlakken en parallellen met je dagelijkse praktijk. Hoe het ook zij, de wind waait er, zoals gezegd, altijd. Weet wel: die wind kan ijskoud zijn en waait zo door je heen. Zelfs de polderpaarden weten dat je trots met de kont naar de wind moet gaan staan en dekking moet zoeken bij anderen.

______________

  1. Eva Vriend, “Het nieuwe land, het verhaal van een polder die perfect moest zijn”,   ISBN 9789460038747, 2014
  2. Gedicht “Het golven van graan”, Arjen Boswijk, juni 2016
  3. Letterlijk geciteerd uit Eva Vriend, “Het nieuwe land, het verhaal van een polder die perfect moest zijn”, ISBN 9789460038747, 2014
  4. Gedicht “Schaliegas” van Polderdichter Joop Masséus
  5. Hart voor Emmeloord, Verslag van het open planproces en toelichting bij de scenario’s, 14 maart 2016
  6. https://hart-voor-emmeloord.nl

Reacties (0)

This thread has been closed from taking new comments.