Data off, life on

03.09.2018

 

We zijn nog geen twee uur onderweg of er wordt gevraagd om de schermen. Vroeger kwam ik nog weg met een paar liedjes en een luisterboek, maar daar is inmiddels geen sprake meer van. Ook een beloofd ijsje over een uur wordt honend weggewuifd. Nee, ik leg het weer af tegen die hyper schreeuwende Enzo Knol. Ik kan de man inmiddels wel schieten. Ik gooi het lafjes op een akkoordje: de schermen krijgen ze, voor een half uurtje, maar Enzo wil ik niet horen. Even later schalt “Une belle histoire” door de auto en zie ik twee koptelefoons door de achteruitkijkspiegel. Van de “ils se sont trouvés au bord du chemin” is nou nog niet echt sprake.

Eenmaal aangekomen in het zonnige zuiden van Frankrijk, bellen we met de beheerder van het huis. Hij is nog niet gearriveerd of onze jongste zoon herinnert me eraan dat ik vooral niet moet vergeten hem naar de wifi code te vragen. Ik kom er nog niet zo één, twee, drie door. Monsieur Nocart vertelt met verve over de vele uren onderhoud die de tuin hem hebben gevergd. Hij laat me iedere boom, iedere struik en ieder perkje zien. De tuin is énorm. Al snel ben ik de enige die nog met hem meeloopt. Met afhangende schoudertjes en denkend aan de boodschappen die verpieterd in de bloedhete auto staan, maar dat merkt de beste man niet. In een ooghoek zie ik mijn man op het terras vermoedelijk de laatste koersen checken op zijn smartphone. Ik geloof dat de vakantiespirit nog een beetje moet indalen.

Als ik meneer Nocart heb afgeschud, bevrijd ik de boodschappen en ga naarstig op zoek naar mijn mobiel. Ik en mijn mobiel. Wij hebben een absolute haat-liefde verhouding. Ik heb al uren niet gekeken of er nog nieuws is op kantoor. We hebben een paar mooie opdrachten lopen en ik hoop op een paar positieve ontwikkelingen. Het gehoopte nieuws blijft nog uit, maar al snel ben ik mails aan het lezen die eigenlijk wel even zouden kunnen wachten.

Ondertussen googelt onze jongste zoon dat het een lieve lust is. Hij googelt altijd alles. Volledig gebiologeerd door die hele wereld die zich ineens met een druk op de knop voor hem ontvouwt. Stippelt zelfs zijn toekomst ermee uit. Zo heeft hij online uitgevonden dat hij dierenarts bij de Faculteit Diergeneeskunde van de UU wil worden en zich wil richten op het geestelijke welzijn van de te behandelen dieren. Hij heeft online contact gelegd met een dierenarts in functie aldaar en heeft ter harte genomen dat hij nu bijzonder goed zijn best moet doen op school. Hij denkt dat hij zijn kansen kan vergroten door direct naar het gymnasium te gaan; een studieplaats in Utrecht én een stageplek bij Lucas (waartoe hij de lobby dus reeds heeft opgestart) zijn stappen twee en drie. Eén punt: hij is nog maar 8. En wij willen vooral dat hij gezellig speelt in plaats van zich nu al druk te maken. De conclusie van menig onderzoeker dat de digitalisatie ons losmaakt van de werkelijke wereld heb ik dan ook direct en zonder aarzelen voor absolute waarheid aangenomen.

Paniek! Ik ben nog maar half wakker, die eerste ochtend in ons Franse krakende, oude bed, of ik hoor mijn man enigszins opgefokt roepen dat we de oplader van de laptop niet mee hebben genomen. En dat kan écht niet! Even later zitten we op deze prachtige zonnige ochtend weer in de auto, op zoek naar een winkelcentrum. En nog één. Nou, nog eentje dan. Uiteindelijk zijn we een halve dag en flink wat kilometers en - eerlijk is eerlijk- gevloek verder als we de juiste oplader vinden. Tijdens de borrel staat de laptop fier open en toont de koersen van deze zinderende dag.

De tweede dag loop ik al vroeg naar het dorp. Het is een prachtig wandelingetje langs drie boerderijen en een klein meertje. Ik houd even halt bij het kerkje aan het begin van het dorp. Verrek, de deur staat open. Ik ben blij te ontdekken dat er verder niemand is en ga op de achterste bank zitten. De rust overvalt me. Zonnestralen piepen door het glas in lood naar binnen en zorgen voor bonte vlekken op de muur. Licht fascineert me altijd. Ik adem eens goed in en uit en besef me dat het tijd is om te gaan genieten. Even later bevindt ik me op een provençaalse markt en sla flink in. Voor mij is dit zomer! Dieprode kleuren, zoete geuren, Frans geklets en wekenlang Schijt aan Sonja-dagen. Ik praat wat hier en daar en krijg een glas wijn aangeboden. Het is nog geen 10:00 uur. Ik sla ‘m nog even over, maar waardeer het idee en het aanbod maakt me toch vrolijk. Als ik met alle tasjes thuis kom, loop ik linea recta naar de opladers en trek ze één voor één uit het stopcontact. “Morgen weer?”, probeer ik aarzelend. Mijn man glimlacht en weet wat ik denk.

Op dag vier verstop ik de ipads (en realiseer ik me opnieuw dat we een probleem hebben) en neem de jongens mee de grote tuin in. Ik gebruik het verhaal van meneer Nocart om hun interesse te wekken, maar verzin er ook een flink eind omheen. Ze pakken het op, kijken ineens heel anders tegen goede oude Nocart aan én zijn een groot deel van de dag hout uit het bos aan het verzamelen om vervolgens een hut en twee voetbaldoeltjes te bouwen. Vanaf het terras ziet het zonlicht er ineens heel intens uit en hoor ik de krekels ons toezingen. Opnieuw overvalt de rust me. Het maakt me gelukkig. De vakantie kan éindelijk echt beginnen. Het is tijd om in de kantlijn van de dag te gaan leven.

We zijn ons er amper van bewust dat we continu worden afgeleid door alle technologie om ons heen. Ik schrik ook als ik hierboven eerlijk opschrijf hoezeer de digitale afleiding ons leven, zelfs op vakantie, bepaalt. Toch kennen we ze allemaal: de onderzoeken die uitwijzen dat onze omgang met technologie buitengewoon ongezond is: we krijgen een overdosis aan informatie, hetgeen zelfs tot gezondheidsklachten zoals slapeloosheid, stress of een burn-out kan leiden. Ruim een kwart (26 procent) van de Nederlanders zou dan ook niet meer continu online willen zijn en zou terugverlangen naar de tijd zonder smartphones.¹

Ook de politiek en de werkgevers zien de permanente bereikbaarheid inmiddels als een probleem. Het enige land dat echt doorpakt en bij wet nieuwe afspraken vastlegt in deze, is Frankrijk. Macron loste een verkiezingsbelofte in door zijn Minister van Onderwijs Jean-Michel Blanquer begin dit jaar mobiele telefoons op basis- en middelbare scholen geheel te laten verbieden. Ook probeert Frankrijk de strijd aan te gaan met de zogenaamde technostress door Franse werknemers wettelijk het recht te geven na werktijd hun smartphone uit te zetten. Franse onderdelen van Google, Facebook, Deloitte en PwC trokken als eersten deze lijn door binnen hun bedrijfsmuren en ondertekenden een bindende overeenkomst met de vakbonden welke de werkgevers verbiedt om na werktijd werknemers via de mail te benaderen. Inmiddels geldt deze regel reeds voor alle bedrijven met meer dan vijftig werknemers. Om deze maatregel te kunnen handhaven, zijn bedrijven verplicht een tijdslot te bepalen waarbinnen werknemers hun mail niet kunnen checken.²

In Duitsland sloeg in 2013 een rapport over stress op de werkvloer in als een bom. Het inperken van het gebruik van digitale communicatiemiddelen werd ook hier door de vakbonden als mogelijkheid gezien om het probleem in te dijken. Het bedrijfsleven gaf gehoor en bedrijven als VW, BMW en Daimler lasten pauzes voor de smartphones na werkuren in. Tot nieuwe wetgeving kwam het, zoals gezegd, (nog) niet.³

De Nederlandse werkgeversvereniging AWVN erkent de gevaren van het continu “aan” staan voor de gezondheid van werknemers. Woordvoerder Jannes van der Velde geeft echter aan dat bereikbaarheid (nog) geen onderwerp aan de cao-tafels is, daar “het wettelijk verbieden van mailen na werktijd niet in onze cultuur past”?. Om 18:00 uur verplicht met de voetjes omhoog zit er dus nog niet in, maar bewustwording is de eerste stap. Zo uitte Jeroen Hoencamp, CEO VodafoneZiggo, zijn zorgen over het almaar stijgende internetgebruik en zette het thema van de “digitale balans” als onderwerp voor zijn bedrijf op de agenda. Ook worden er debatten georganiseerd en voorlichting op scholen gegeven.? En nu niet cynisch worden! “We doen dit niet voor een positiever imago, het is echt vanuit onze overtuiging. En het is ook niet strijdig met onze zakelijke belangen.”? “Het is een werkgeversprobleem”, beaamt Van der Velde, “want de werkgever is verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkomgeving. Maar het probleem gaat veel verder dan mailen en zal ook niet opgelost worden als de mailserver uit wordt gezet. Dat is te eenvoudig”. ?

De doordravende economie en een fear of missing out zitten tussen de oren. Dat blijkt maar weer op het Franse platteland, dat ons even stil deed staan en ons deed beseffen dat we wat bij moeten sturen. Het is dan ook niet moeilijk om een tekst te bedenken voor bij het citrusboompje, dat ik als dank voor de heer Nocart heb gekocht. Niet voor niets een citrus: zoet en zuur. “Un cadeau de la Providence”, krabbel ik op het kaartje. Hij hoeft het vast niet te googelen.  

---

  1. Managersonline.nl/17317/onderzoek-Webr
  2. AD, Verbod op e-mailen buiten werkuren in Frankrijk, 15-05-2016
  3. NRC, Over mailen na werktijd is weinig geregeld, 19-02-2014
  4. NOS, Continu bereikbaar, ook werkgevers zien het nu als probleem, 21-05-2016
  5. FD, Zelfs VodafoneZiggo-ceo maakt zich zorgen over internetverslaving, 08-07-2018

Reacties (0)

This thread has been closed from taking new comments.